Waarom? In het huidige technologische en politieke landschap, is een optimistische maar toch voorzichtige aanpak voor veel ondernemingen de meest overwogen keuze.

De ‘2020’ voorspellingen

Wanneer je verschillende tijdschriften of onderzoeksrapporten erbij pakt, dan krijg je al snel het vermoeden dat de meeste bedrijven zich al in de vierde industriële revolutie bevinden. Één rapport voorspelde dat “Digital Disruption” in 2020, 40% van de gevestigde industrieën zou vervangen.

Maar niets is minder waar. Vaak zijn dit tot op vandaag marketing verhalen geschreven om indruk te maken op de concurrent. Het aantal bedrijven welke daadwerkelijk al werken met de nieuwste Big Data, AI, Robotica en Cloud oplossingen is verassend laag.

Begrijp me niet verkeerd, ik ben zelf een groot enthousiast en geïnteresseerd over deze nieuwste technieken. Ik geloof zeker dat de nieuwe generatie van productietechnieken als een tornado op de industrie af komt. Robotisering gaat absoluut een mega impact hebben op ons werk, maar dat hangt er geheel van af hoe wij hier de juiste use-cases voor gaan openstellen.

Echter, als we kijken naar de maakindustrie; een robuuste en ongelooflijk dynamische verzameling van diverse dienstverleningen is het begrijpelijk dat de houding hier een stuk meer pragmatisch is.

Hoewel productiebedrijven behoorlijk kunnen variëren in grootte, processen en klanten, delen ze allemaal bepaalde kenmerken; zoals steeds complexere toeleveringsketens, met gebruik van productiemiddelen welke decennia meegaan voordat ze worden vervangen, en de echte interne noodzaak om productiestilstand tegen elke prijs te voorkomen.

In mijn visie, gaat het in de maakindustrie erom WAT je doet, …niet perse hoe — of hoe mooi het gedaan wordt, dat maakt het tenslotte niet belangrijker. Als het maar de gewenste resultaten bereikt op de korte en langere termijn. – Luke van Enkhuizen

Willen we een de bedrijven omtoveren tot echte smart-factories. Dan zijn er zijn ontelbare stukjes in deze puzzel die eerst veel strategisch denkwerk vereisen. Dit komt door het lage volume, hoge complexiteit. Als een idee te theoretisch is, is het begrijpelijk dat deze vaak niet direct als welkom ontvangen wordt.

De “innovation gap”

Er is sprake van een groot gat (een innovation gap) tussen de theoretische voorspellingen en de mensen die daadwerkelijk op de werkvloer hiermee werken.

Experts die niet dagelijks in de industriële omgevingen werken — van beleidsmakers tot academici tot adviseurs — zullen de complexiteit van de uitdaging die bij de overstap naar digitaal voor fabrikanten waarschijnlijk nooit volledig begrijpen.

Tot voor kort functioneerde de leiders die werken in de informatietechnologie (IT) en de productie en de daadwerkelijke operationele productie bijna afzonderlijk. Dit is vooral sterk te merken bij de grotere machinebouwers die soms veel nieuwe ‘features’ aan software producten toevoegen, terwijl de belangrijkste functies achter blijven.

Het resultaat daarvan is dat ook tot op vandaag weinig specialisten zijn welke zowel de inhoudelijke vakkennis hebben als de nodige ICT-vaardigheden. Zolang we deze brug niet kunnen sluiten, zal de maakindustrie niet vooruit kunnen met de nieuwe vernieuwingen.

Meer dan techniek

Het technologische component in innovatie is niet langer het meest complexe om op te lossen. Software ontwikkeling wordt steeds laagdrempeliger voor ieder bedrijf om hier gebruik van te maken. Onderzoeken worden steeds sneller gedeeld tussen universiteiten en het bedrijfsleven. Al deze specialisten hebben de juiste feedback nodig.

In mijn visie, gaat het in de maakindustrie erom WAT je doet, …niet perse hoe — of hoe mooi het gedaan wordt, dat maakt het tenslotte niet belangrijker. Als het maar de gewenste resultaten bereikt op de korte en langere termijn.

De kunst zit hem in het houden van focus op de verbetering van de doorstroming. Dat we onze nieuwe processen ontwerp op wat de klanten echt willen en niet veel laten afleiden door wat de marketingrapporten schrijven.

De maakindustrie komt pas echt verder als we samenwerken. Zodra we van elkaar leren, onze leveranciers en klanten helpen en continue blijven beoordelen in welke mate we vooruitgaan staat er een gouden toekomst voor ons te wachten.